admin login
Volgende dienst
Kunstproject ‘de tien geboden’ (3)
Datum publicatie: 2 feb 2014
Laatste update: 2 feb 2014

Toelichting op het schilderij ‘Ziende de Onzienlijke’ van Jan Kersbergen

Het schilderij is ontstaan na het lezen van Exodus 19 t/m 34. God sluit op de berg Sinaï een verbond met zijn volk Israël. Mozes ontvangt daar tot tweemaal toe de Tien Geboden op stenen tafelen. Het is een spectaculair gebeuren met veel rook, vuur, donder en bliksem. De eerste keer zien Mozes, Aäron en de zeventig oudsten God in zijn majesteit (Ex. 24: 10 “en zij zagen de God van Israël. Onder zijn voeten was er iets als een plaveisel van saffier, helder stralend als de hemel zelf”) De tweede keer als Mozes alleen op de berg is, vraagt hij God om zich helemaal te tonen (Ex. 33:18-23) Ter bescherming plaatst God hem in een kloof en dekt met zijn hand Mozes gezicht af. Anders zou hij het niet overleven. Daarna trekt God in zijn volle luister voorbij onder het roepen van de naam HEER. Dit schilderij is gemaakt vanuit het gezichtspunt van Mozes.

De hand heb ik vervangen door een adelaarsvleugel. Twee overwegingen daar voor: God vertelt over zichzelf in Exodus 19 vers 4 “…hoe ik je op adelaarsvleugels gedragen heb en je hier bij mij heb gebracht” maar denk ook aan Psalm 18 en 104. En ten tweede; er zijn altijd engelen rondom God. Niet om Hem te beschermen, maar om de mensen te beschermen tegen rechtstreeks contact met God. Cherubs en Serafim zijn vurige engelen met zes vleugels. Je vindt ze op de Ark van het Verbond en op andere voorwerpen in de tempel. Hier een link naar een uitgebreide beschrijving van Cherubs en Serafims.

Gods majesteit is te groot om te bevatten als mens. Slechts een glimp ervan is al bijna te veel. Mozes gezicht straalde toen hij de berg af kwam (Ex. 34:29-35)
Zo onzichtbaar als God is in het Oude Testament zo zichtbaar is Hij geworden in het Nieuwe door zijn zoon Jezus Christus. Wat een risico nam Hij daar mee om zo dichtbij te komen!

Gods majesteit gezien vanuit Mozes

Gedicht van Sergej Visser

Het woord (het derde gebod)

Hij is weer aan het woord. Ze buigt het hoofd.
Ze legt haar handen in de schoot. Hij praat
en zij staart naar haar knieën en zegt niets.
Ze klemt haar tanden op elkaar en wacht.

Ze weet precies wat er gebeuren gaat:
hoe zijn pupillen speldenknoppen worden
en zijn mond twee rechte witte strepen,
hoe hij zijn stem verheft, zijn vuisten balt.

Ze ziet hoeveel hij op zijn vader lijkt,
zoals hij bij de koffietafel staat:
de stramme kaak, de harde handen,
droge lippen, afgekloven nagels.

Hij slaat de bijbel open, vindt een vers
en wijst het aan: de vrouw die zij moet zijn
zal zijn gezag aanvaarden. Hij, het hoofd
van het gezin. God heeft het zelf gezegd.

Ze wacht totdat hij klaar is, vouwt de was,
ze jaagt de spreeuwen uit de appelboom,
bedenkt wat ze zal koken, pakt haar fiets,
zucht diep, en haalt de kinderen van school.

Sergej Visser