admin login
Volgende dienst
Kunstproject ‘de tien geboden’ (9)
Datum publicatie: 6 apr 2014
Laatste update: 6 apr 2014

Toelichting op het kunstwerk van Catechesegroep Marijke duCrocq

Lotte, Emma, Julie-Anne, Timon, Tristan, Carl en Ruan hebben een Prezi gemaakt.

Klik op het pijltje naar rechts voor steeds een nieuw plaatje.

 

Gedicht van Sergej Visser

Deeg

Zo’n avond die geen koelte lijkt te kennen:
nog geen zuchtje wind, de palmen roerloos
aan de stille straat. Ik adem zwaar.
Een straaltje zweet loopt langs mijn ruggengraat.

Zo’n avond dat de zon in een seconde
onder gaat en je elkaars gezicht
niet meer kunt zien. Ik steek de lampen aan.
We gaan aan tafel, zonder iets te zeggen.

Jij zit in het midden. Wij, twee rijen
flakkerende schimmen, kijken naar je lippen,
wachten op het woord. Jij scheurt het brood.
Je legt de stukken voor je neer op tafel.

Laten we drinken, zeg je. Op de dood.
Laten we eten, vlees en brood: nu kan het nog,
al laat je mij vannacht al in de steek,
al ben je mij vergeten voor het morgen wordt.

Ik spring op. Mijn stoel klapt achterover
op de vloer. Ik roep: ik niet. Dat nooit.
Ik zweer dat ik je niet zal laten gaan.
Mij krijgen ze niet klein. Over mijn lijk.

Je kijkt me aan. Je knikt: je weet niet wat je zegt.
Ik wil gaan zitten, maar ik mis mijn stoel,
val achterover, staar naar het plafond.
Voordat de nacht voorbij is, ben ik bij je weg.

De wijn bonkt in mijn hoofd. De scherven licht
rijten de witte zoldering aan stukken.
Mijn lijf glimt van het zweet. Ik ben van deeg.
Ik blijf hier liggen. Ik sta nooit meer op.

Sergej Visser